Bedrijfsopvolgingsregeling discriminerend?

 In Dossier: BedrijfsOpvolgingsRegeling

Met de Bedrijfsopvolgsregeling (BOR) zorg je ervoor dat je je familiebedrijf op een goede manier kunt overdragen aan je bedrijfsopvolger. Toch blijken er problemen te zijn met de BOR, want de afgelopen tijd hebben er verschillende rechtszaken gespeeld die hier betrekking op hadden.

Elk familiebedrijf krijgt op een gegeven moment te maken met bedrijfsoverdracht. Voor de leiding van familiebedrijven is het goed hier al tijdig over na te denken. In veel gevallen kun je er door middel van de BOR voor zorgen dat de bedrijfsopvolger de onderneming kan voortzetten zonder al te veel schulden.

Hoogte vrijstelling
De BOR stelt een groot deel van een verkregen onderneming vrij van belastingheffing. De hoogte van de vrijstelling is afhankelijk van de waarde van de onderneming. Om de hoogte van de belasting te bepalen, kijkt de Belastingdienst naar de hoogte van de zogeheten goingconcernwaarde, de waarde van het ondernemingsvermogen als samenhangend geheel, en de liquidatiewaarde, de totale waarde van alle afzonderlijke bedrijfsmiddelen of clusters van bedrijven.

Rechtszaken
Onlangs hebben de rechtbanken van Breda, Arnhem en Haarlem uitspraken gedaan in zaken die te maken hadden met het toepassen van de BOR op niet-ondernemingsvermogen. De hamvraag: is de BOR discriminerend of niet? Op dit moment geldt de vrijstelling voor ondernemingsvermogen, maar niet voor privévermogen. De rechtbank in Breda heeft geoordeeld dat de BOR discriminerend is omdat de vrijstelling voor bedrijfsopvolging wel kan worden toegepast op ondernemingsvermogen, maar niet op privévermogen.

Breda
In de rechtbank van Breda vond vorig jaar een rechtszaak plaats van een ondernemer die tot 2004 eigenaar was van een landbouwonderneming. Nadat het bedrijf failliet ging, leverde hij zijn land over aan een derde. In 2007 overleed de ondernemer. Na zijn overlijden bleek dat hij in zijn testament de derde had benoemd tot erfgenaam. Een groot deel van de nalatenschap bestond uit het voormalige ondernemingsvermogen. Maar op het moment dat de ondernemer overleed, was er geen sprake meer van ondernemingsvermogen. Daarom kon de BOR volgens de wet niet in deze zaak worden toegepast.

De erfgenaam is van mening dat de BOR discriminerend is. De rechtbank stelde hem in het gelijk. De rechter oordeelde op 13 juli 2012 dat de wet een onaanvaardbaar groot onderscheid maakt tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. Volgens hem verdient de erfgenaam dezelfde behandeling als wanneer er ondernemingsvermogen zou zijn verkregen. De Belastingdienst heeft laten weten in hoger beroep te gaan. De staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers, heeft de Hoge Raad verzocht zich zo snel mogelijk over de zaak te buigen. Als de Hoge Raad dezelfde uitspraak doet, dan moet de staatssecretaris maatregelen treffen om de BOR aan te passen.

Arnhem en Haarlem
Rechters van de rechtbanken in Arnhem en Haarlem hebben op 1 november 2012 en 14 december 2012 uitspraak gedaan in vergelijkbare zaken als die in Breda. Zij oordeelden dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel geen kans van slagen heeft. In de wet staat namelijk dat de BOR liquiditeitsproblemen bij ondernemingen moet voorkomen. Het heffen van erfbelasting mag geen gevaar vormen voor het voortbestaan van een onderneming. Bij het heffen van privévermogen bestaat dit risico niet, dus is er geen sprake van gelijke gevallen bij de heffing van erfbelasting en privévermogen.

De rechtbanken in Arnhem en Haarlem oordeelden, in tegenstelling tot de rechtbank van Breda, dat er geen sprake is van discriminatie in de Bedrijfspvolgingsregeling. Familiebedrijven die momenteel met de bedrijfsopvolgingsregeling te maken hebben of hier binnenkort mee in aanraking komen, hoeven voorlopig nog geen actie te ondernemen. Als de Hoge Raad oordeelt dat er toch sprake is van discriminatie, dan kunnen alle belastingplichtigen die geen aanspraak op de BOR konden doen, maar door de uitspraak van de Hoge Raad wel in aanmerking komen, ook gebruikmaken van de regeling. Voorwaarde hiervoor is wel dat de aanslag op 12 oktober 2012 nog niet definitief vaststond.

Recommended Posts