Buitenstaander in familiebedrijf potentiële bron van spanning

 In Bestuur & Personeel

Een buitenstaander in een leidinggevende positie kan een familiebedrijf vaak helpen groeien en professionaliseren. Maar in veel gevallen is een externe manager tevens een potentiële bron van spanning.

Van de 2300 grote familiebedrijven in ons land (meer dan 200 medewerkers), werkt een derde met een buitenstaander in de leiding. In de meeste gevallen is er geen opvolger te vinden van binnen de familie en wil het familiebedrijf een professionaliseringsslag maken. Een buitenstaander is dan een oplossing, maar volgens onderzoeker Dirk Harm Eijssen, tevens medeoprichter van adviesbureau Gwynth en zelf president-commissaris van familiebedrijf Merford in Gorinchem, loopt het aantrekken van externe managers bij veel familiebedrijven uit op een teleurstelling, zo stelt hij in een interview met het FD. Volgens hem moet ieder familiebedrijf dat een buitenstaander als directeur aanneemt leergeld betalen. “Het is een proces van vallen en opstaan.”

Allergisch
De meeste familiebedrijven die een outsider aannamen in de leiding kwamen hier snel op terug. “Dan werd duidelijk dat niet de juiste man was gevonden en gingen partijen weer uit elkaar”, aldus Eijssen, die zich baseert op eigen onderzoek  als onderdeel van een masteropleiding aan businessinstituut Insead in Fontainebleau. Hij concludeert dat de eigenheid van het familiebedrijf vaak botst met de werkwijze van een moderne manager. “De families willen hun bedrijf professionaliseren, maar zijn allergisch voor de cultuur en managementstijl van professioneel geleide ondernemingen.”

Rationeel versus emotioneel
Directeuren van buitenaf hebben vaak ervaring opgedaan bij multinationals waar een heel andere cultuur heerst dan bij familiebedrijven. Families zien vaak wel dat zij deze ervaring in hun bedrijf nodig hebben om te professionaliseren en te groeien, maar tegelijkertijd  is een externe manager een potentiële bron van spanning. “Familiebedrijven maken vaak rationeel de keuze voor professioneel management, emotioneel doen ze dat echter niet. De grootste zorg van familiebedrijven is dat ze vervreemd raken van de onderneming en de nieuwe man ermee aan de haal gaat.”

Recommended Posts