De BedrijfsOpvolgingsRegeling (BOR) in kort bestek

 In Dossier: BedrijfsOpvolgingsRegeling, Finance

Als DGA van een familiebedrijf doe je er alles aan het bedrijf zo over te dragen dat de volgende generatie optimaal profiteert. De BOR biedt uitkomst.

Het huidige economisch tij betekent dat veel ondernemingen in waarde zijn gedaald, al is het alleen maar vanwege de gedaalde waarde van onroerende zaken. Om die reden kan het een goed moment zijn om na te denken over de eventuele overdracht van een onderneming aan de bedrijfsopvolger binnen de familie. In veel gevallen kun je als ondernemer gebruikmaken van de BedrijfsOpvolgingsRegeling (BOR) en ervoor zorgen dat de volgende generatie de onderneming zonder een al te grote schuldenlast kan voortzetten. Zodoende kan je zoon of dochter ook profiteren van het toekomstige herstel en groei van de onderneming. Maar wat houdt de regeling nu precies in?

Erfenis of schenking
De voorwaarden van de ‘BOR’ zijn vorig jaar met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010 in werking getreden. Tot groot genoegen van veel ondernemers en opvolgers van familiebedrijven. De reden laat zich raden. Wie een erfenis of schenking krijgt, dient daar erf- of schenkbelasting over te betalen. Soms is dit echter geen privé-, maar ondernemingsvermogen. De BOR stelt een groot deel van de verkregen onderneming vrij van belastingheffing.

Waardering onderneming
Bij het bepalen van de waarde van een onderneming en dus de hoeveelheid te betalen belasting gaat de Belastingdienst uit van de zogeheten goingconcernwaarde – de waarde van het ondernemingsvermogen als samenhangend geheel – of de liquidatiewaarde. De liquidatiewaarde is de totale waarde van alle afzonderlijk gewaardeerde bedrijfsmiddelen of clusters van bedrijfsmiddelen. Voor de erf- of schenkbelasting gaat de Belastingdienst uit van de hoogste van de twee. De hoogte van de vrijstelling hangt af van de waarde van de onderneming.

In feite zijn er vier situaties mogelijk met betrekking tot de vrijstelling:

-De goingconcernwaarde is maximaal 1.006.000 euro en hoger dan de liquidatiewaarde. In deze situatie krijgt de opvolger 100 procent vrijstelling over de goingconcernwaarde.

-De goingconcernwaarde is maximaal 1.006.000 euro en lager dan de liquidatiewaarde. In deze situatie krijgt de opvolger 100 procent vrijstelling over de liquidatiewaarde.

-De goingconcernwaarde is meer dan 1.006.000 euro en hoger dan de liquidatiewaarde. In deze situatie krijgt de opvolger 100 procent vrijstelling over de goingconcernwaarde tot 1.006.000 euro. Over de goingconcernwaarde boven deze 1.006.000 krijgt hij of zij 83% vrijstelling. Hij of zij betaalt dus maar belasting over de resterende 17 procent.

-De goingconcernwaarde is meer dan 1.006.000 euro en lager dan de liquidatiewaarde. In deze situatie krijgt de opvolger 100 procent vrijstelling over de goingconcernwaarde tot 1.006.000 euro. Over de goingconcernwaarde boven deze 1.006.000 krijgt hij of zij 83 procent vrijstelling.

Vrijstellingen
Wanneer de goingconcernwaarde maximaal 1.006.000 euro bedraagt en hoger of lager is dan de liquidatiewaarde, krijgt de opvolger 100 procent vrijstelling over de goingconcernwaarde. Wanneer deze goingconcernwaarde meer bedraagt dan 1.006.000 euro en deze hoger of lager is dan de liquidatiewaarde, krijgt hij of zij slechts tot deze 1.006.000 euro vrijstelling. Over de rest van de goingconcernwaarde krijgt hij of zij nog eens een vrijstelling van 83 procent. Dat bespaart dus een sloot belasting, als we het vergelijken met de belastingheffing over privévermogen.

Voorwaarden fiscale regeling
Uiteraard kent deze fiscale regeling voorwaarden. Ten eerste moet er sprake zijn van een echte onderneming. Dus geldt de faciliteit niet voor eventuele beleggingen die in de onderneming aanwezig zijn. Daarnaast moet de overdrager bij overlijden zijn onderneming minstens één jaar hebben gedreven. Bij een schenking is dit vijf jaar. De derde voorwaarde is dat de verkrijger van de onderneming de zaak nog minstens vijf jaar moet voortzetten.

Opvolging
Voor de opvolger geldt dat deze nog een bedrag moet betalen nadat hij of zij gebruik heeft gemaakt van de vrijstellingen voor erf- en schenkbelasting. Dit geldt alleen wanneer het ondernemingsvermogen hoger is dan 1.006. Voor dit bedrag is het mogelijk uitstel van betaling aan te vragen. Wanneer de opvolger hiervan gebruikmaakt, kan hij of zij een zogeheten conserverende aanslag verwachten. Vervolgens mag de persoon in kwestie maximaal tien jaar doen over de afbetaling van deze aanslag plus de invorderingsrente.

Andere erfgenamen
Wanneer er meerdere erfgenamen zijn, moeten de erfgenamen die de onderneming krijgen en voortzetten een vergoeding betalen aan de andere erfgenamen. Wanneer die de vergoeding niet kunnen betalen, krijgen deze andere erfgenamen een vordering op hen. Voor deze vergoeding moeten de erfgenamen ook weer belasting betalen. Hier kunnen ze eveneens maximaal tien jaar uitstel voor krijgen. Ook hier komt invorderingsrente bovenop.

Aanvragen
In de aangifte erf- of schenkbelasting kan de opvolger aangeven dat hij ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt. Ook kan hij aangeven dat hij in aanmerking wil komen voor de regelingen bij bedrijfsopvolging voor de vrijstelling. En of hij uitstel van betaling van erf- of schenkbelasting wil. Is de BOR van toepassing op uw situatie? Overweeg dan of het de moeite waard is om hier eens in te duiken. En neem daarin ook andere overwegingen dan enkel fiscale mee.

Recommended Posts