De toekomst van het familiebedrijf begint in het onderwijs
Toen ik in 1999 met mijn studie Internationale Bedrijfskunde startte, had ik nog geen idee dat ik me vijftien jaar later zou gaan ontwikkelen als expert op het gebied van familiebedrijven. Destijds draaiden de casussen vooral om grote, internationale bedrijven zoals Campina, Ahold en Shell. Bedrijven waar ik me totaal niet thuis voelde. Sterker nog, ik twijfelde even of ik de verkeerde studie had gekozen. Voor mijn masterscriptie belandde ik uiteindelijk bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Daar bloeide mijn liefde voor onderzoek op. Een paar jaar later ontdekte ik mijn belangstelling voor familiebedrijven, dankzij een ondernemersdiner waar een ondernemer vertelde dat hij met zijn ooms in het bedrijf samenwerkte. Iedereen besprak op zondag zijn ideeën voor het bedrijf met oma, omdat zij het eigendom nog volledig in handen had en daarmee de koers voor het bedrijf bepaalde. ‘Dat dit echt bestaat’, dacht ik toen nog.
Inmiddels weet ik wel beter. Informele besluitvormingsprocessen zoals deze zijn dagelijkse kost bij familiebedrijven. Als ik terugkijk op mijn studie en nu in andere economische opleidingen, valt het me op dat er geen representatief landschap van de economie wordt geschetst. Het thema familiebedrijven kwam, en komt nog steeds, niet of nauwelijks aan bod in het economisch onderwijs.
Dit moet anders, besloot ik toen ik startte als lector familiebedrijven bij Hogeschool Windesheim. Er moet in het economisch onderwijs meer aandacht komen voor familiebedrijven. Door studenten specifieke kennis over familiebedrijven te geven, worden zij beter voorbereid om als gelijkwaardige gesprekspartner op te treden. Die kennis is essentieel, niet alleen voor opvolgers en studenten die later in een familiebedrijf gaan werken, maar ook voor toekomstige adviseurs of externe professionals die met familiebedrijven te maken krijgen.
Daarom werkten mijn collega’s en ik samen met Landstede MBO, een grote onderwijsinstelling die actief is in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Uit deze samenwerking ontstond het mbo-keuzedeel ‘het familiebedrijf’. Dit keuzedeel leert mbo-studenten over de unieke kenmerken van familiebedrijven en hun mogelijke rol daarin. Daarnaast leren ze over de kansen en uitdagingen van familiebedrijven door de systemen van familiebedrijven (familie, bedrijf en eigendom) te begrijpen, verschillende belangen inzichtelijk te krijgen en bedrijfsopvolging te onderzoeken.
De reactie van familiebedrijven is heel positief. Ze zijn blij dat er meer aandacht is voor de specifieke dynamiek van familiebedrijven in het onderwijs. De leerstof schetst een realistisch beeld van familiebedrijven en draagt bij aan een positiever imago van ondernemerschap. Hopelijk raken hierdoor meer studenten gemotiveerd om voor een familiebedrijf aan de slag te gaan.
Zijn we daarmee klaar? Nee. In november start Landstede met het aanbieden van het keuzedeel, en ik hoop dat andere instellingen snel zullen volgen. Wij staan klaar om docenten te trainen en ondersteuning te bieden bij de uitvoering. Het volgende doel? Meer aandacht voor familiebedrijven in het voortgezet onderwijs!