Familiebedrijven benutten internationale kansen onvoldoende

 In Bestuur & Personeel, Finance, Innovatie

Amsterdam – Familiebedrijven richten zich op het buitenland, maar exporteren alleen binnen de eurozone. Hierdoor benutten familiebedrijven hun internationale kansen niet voldoende.

Familiebedrijven die exporteren buiten de eurozone, worden minder geraakt door de economische crisis. Dat blijkt uit de Familiebedrijven Barometer van Van Lanschot Bankiers. Volgens Van Lanschot exporteert vijftig procent van de Nederlandse familiebedrijven naar het buitenland. Een derde hiervan exporteert ook buiten Europa. Ruim veertig procent van de bedrijven die slechts actief zijn in het binnenland, heeft geen internationale plannen.

Bestand tegen crisis
Van Lanschot meldt dat export buiten Europa crisisbestendig is. Internationaal actieve familiebedrijven zijn vaker gericht op groei en daardoor beter bestand tegen de crisis. Dit zijn vaak ook bedrijven die hun toekomstvisie niet hebben hoeven aanpassen.

De helft van de familiebedrijven richt zich op het buitenland. Twintig procent van deze bedrijven genereert meer dan een kwart van hun omzet in het buitenland. Veel familiebedrijven richten zich echter enkel op Europa, waardoor ze veel groeikansen laten liggen.

Grote bedrijven willen Neuro
Uit de Barometer blijkt ook dat een kwart van de familiebedrijven de invoering van de Neuro wel ziet zitten. De Neuro is een munteenheid speciaal voor de sterke Noord-Europese landen. Vooral grote ondernemingen met meer dan honderd medewerkers hopen dat de munt haar intrede zal doen.

Toekomstvisie op papier
Van Lanschot laat weten dat bijna de helft van de directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) wel een toekomstvisie heeft, maar deze niet op papier heeft staan. Dat maakt hun familiebedrijven kwetsbaarder. De Barometer laat zien dat ondernemers die hun visie wel op papier hebben staan, vaak positiever naar de toekomst kijken en hun management ook beter kunnen aansturen.

Recommended Posts