Familiebedrijven die de grens oversteken steeds succesvoller

 In Homepage, Onderzoek

Het Nederlandse familiebedrijfsleven durft steeds vaker de stap naar het buitenland te zetten. En met succes. Uit onderzoek van adviesbureau Clifton Finance en het Landelijk Expertisecentrum Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim blijkt dat familiebedrijven een steeds groter deel van hun omzet uit het buitenland halen en met deze internationalisering de eigen financiële positie flink versterken.

Voor het onderzoek van Clifton Finance en het Landelijk Expertisecentrum Familiebedrijven (LEF) verzamelden studenten van de Hogeschool Windesheim ongelofelijk veel data. “Ze hebben de jaarrekeningen van maar liefst 228 familiebedrijven met een omzet van minimaal 40 miljoen euro, in de periode 2007 tot en met 2017, bij elkaar gebracht”, aldus Maarten Vijverberg, partner bij adviesbureau Clifton Finance, dat is gespecialiseerd in het bedrijfsopvolging en -overnames bij familiebedrijven. Arbeidsintensief, maar het heeft ervoor gezorgd dat Clifton Finance en het LEF niet alleen gefundeerde uitspraken kunnen doen over het Nederlandse familiebedrijfsleven als geheel, maar ze kunnen dit ook nog eens naar sectoren specificeren.

Groeiende omzet

In 2017 haalden familiebedrijven meer dan de helft van de omzet uit het buitenland, iets wat in 2007 nog een stuk lager lag. “Waar in het jaar 2007 nog 42,2 procent van de omzet uit het buitenland werd gehaald, is dat tien jaar later maar liefst 50,1 procent”, licht Vijverberg de cijfers verder toe. De crisis heeft hier veel invloed op gehad. “Na de laatste financiële crisis in 2008 bleek dat voor veel ondernemingen de voornaamste groei toch echt over de landsgrenzen viel te behalen. Logisch dus dat zij die stap hebben gezet.” Wanneer we inzoomen op de sectoren, zien we dat vooral familiebedrijven in de agrarische en industriële sector hun vleugels uitslaan. Maar vergeet de dienstverlenende sector niet, waarschuwt Vijverberg. “Daar staat inmiddels overwegend de tweede generatie aan het roer, zij kunnen niet wachten om met hun bedrijven de grens over te steken en zich ook internationaal te laten zien.”

Stapsgewijs

Over het algemeen zijn familiebedrijven ietwat behoudender dan niet-familiebedrijven, ook wanneer het aankomt op ondernemen in het buitenland. Dát familiebedrijven stapje voor stapje internationaliseren valt vrij eenvoudig te verklaren: investeren gebeurt over het algemeen meer met eigen vermogen dan met vreemd kapitaal. Daarnaast betekent een vestiging in het buitenland openen dat het bedrijf aanspraak moet doen op het aanwezige familiekapitaal: met de risico’s die daaraan zijn verbonden, pak je je ambities liever voorzichtig dan abrupt aan. “Nu bedrijven zien dat het loont, zullen wellicht meer families met internationale ambities volgen”, aldus Erik Veldhuizen van het LEF.

Want lonen, dat doet het zonder enige twijfel. “Ook wat dit betreft zijn er verschillen tussen sectoren”, legt Vijverberg uit. “Maar wat we zien, is dat familiebedrijven die in het buitenland opereren, veel grotere winstmarges hebben dan zij die alleen op de Nederlandse markt actief zijn. Ook hebben de internationaal opererende ondernemingen een veel hogere solvabiliteit dan hun uitsluitend op de nationale markt gerichte evenknieën.”

Globaliseringsindex

In het onderzoek wordt ook de Globalisation Index van het Swiss Economic Institute aangehaald, om de toenemende expansie van het Nederlandse familiebedrijfsleven te kaderen. Uit deze index blijkt dat kleinere landen hoog scoren wat betreft de internationale handel in goederen en diensten. Zwitserland, Nederland en België vormen de top drie. Landen met een kleine binnenlandse afzetmarkt dus, wat verklaart waarom ze de eigen landsgrenzen oversteken. Landen als China, Amerika en Rusland, met een veel grotere afzetmarkt in eigen land, scoren beduidend slechter op deze ranglijst.

“In het buitenland opererende bedrijven behalen beduidend betere resultaten en staan qua financieringsopbouw een heel stuk sterker. We raden bedrijven die de mogelijkheid hebben om te expanderen dus ook echt aan hiermee aan de slag te gaan”, luidt het advies van Vijverberg.

 

Recommended Posts