Familiebedrijven in varkenssector verdwijnen massaal

 In Bestuur & Personeel

Varkenshouderijen in Nederland, bijna zonder uitzondering familiebedrijven, hebben het moeilijk. Er is meer aanbod dan vraag. De belangenorganisatie voor varkenshouders, Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) wijt de slechte financiële situatie voor de bedrijven aan de hoge Nederlandse kostprijs en het economische klimaat. Wat betekent dit voor deze familiebedrijven?

Dit jaar zijn al meerdere varkenshouderijen failliet gegaan. “Het overgrote deel van de varkensvleessector zijn familiebedrijven”, aldus voorzitter Ingrid Jansen van de NVV. Daarnaast is een onbekend aantal familiebedrijven gestopt. Volgens Jansen neemt elke tien jaar het aantal varkenshouderijen in Nederland met de helft af en verdwijnen deze bedrijven dus in hoog tempo uit het plattelandsbeeld.

Familiebedrijven
Of er toekomst is voor familiebedrijven in de varkenssector? Volgens Jansen is er wel degelijk toekomstperspectief: “Er zullen verschillende maatregelen getroffen moeten worden tot Nederland weer een vitale varkenshouderijsector heeft.” De maatregelen zijn divers, maar de overheid speelt een centrale rol: “De overheid moet een belangrijkere rol gaan spelen, met minder regel- en wetgeving en de opbrengstprijs moet omhoog gaan.” Minder dwingende regels en wetten zijn nodig omdat varkenshouders door die regels de investeringen, die zij van de overheid moeten doen, niet kunnen terugverdienen uit de markt.

Voor familiebedrijven is het ook aantrekkelijk om te kijken naar nevenactiviteiten op de boerderij. Op die manier spreiden ze hun risico´s en creëren ze een stabielere inkomstenbron. Volgens voorzitter Evert van Veenschoten van belangenorganisatie LTO Barneveld is dat belangrijk: “Vooral de grotere varkenshouderijen die vaak geen andere dieren of nevenactiviteiten hebben, zijn gevoelig.” Denk bij nevenactiviteiten bijvoorbeeld aan een winkel beginnen op het erf of meer diversiteit in de dieren op de boerderij.

Volgende generatie
Vooral familiebedrijven vragen zich af wat de toekomst hen brengt, vanwege de volgende generatie die wellicht het bedrijf over gaat nemen. Het is voor familiebedrijven belangrijk om een financiële buffer te hebben, voor wanneer zij hun product niet kwijt raken zoals momenteel het geval is. Helaas is deze buffer bij veel bedrijven al verdwenen of hebben de familiebedrijven geen kans gehad deze op te bouwen. En dan redt het bedrijf het niet. “Nederlandse boeren hebben de afgelopen jaren van de overheid veel moeten investeren in bijvoorbeeld dierenwelzijn. Die investeringen worden niet terugverdiend, omdat de wet ze verplicht die investeringen te doen”, aldus Van Veenschoten.

Het verplaatsen van de productie naar het buitenland is voor Nederlandse boeren meestal niet interessant. Andere landen in Europa hebben ook hun problemen in deze sector. Toch heeft de boer het in Nederland naar verhouding lastiger. “Nederlands varkensvlees heeft, door invloed van wet- en regelgeving, een relatief hoge kostprijs, namelijk twintig procent van het geproduceerde varkensvlees”, aldus Jansen. Die kostprijs is veel hoger dan in ons omringende landen, waardoor er volgens de NVV geen gelijk speelveld is.

LEI rapport
Ondanks de financiële malaise in de sector blijven varkenshouderijen belangrijk voor de Nederlandse economie. Dat blijkt uit een rapport van LEI Wageningen: ‘De kracht van het agrocluster’. Wanneer de sector uit de Nederlandse economie verdwijnt, verdwijnt niet alleen het Nederlandse varkensvlees. Uit het onderzoek blijkt dat er dan ook veel werkgelegenheid uit andere sectoren zal verdwijnen, onder meer bij transporteurs en stallenbouwers. “Het effect zal heel groot zijn op de Nederlandse economie”, aldus Jansen.

Recommended Posts
Blauwe envelop