“Familiebedrijven zijn vasthoudend – en dat is nodig”

 In Expertartikelen

De wereld wordt met rasse schreden internationaler en dat geldt zeker voor de agrarische wereld. Het zijn vaak familiebedrijven die voor innovatie zorgen, al dan niet als investeerder. “Zij zien dat disruptie nodig is om de wereldwijde uitdagingen het hoofd te bieden.”

De groeiende wereldbevolking en het tekort aan landbouwgrond dreigen een steeds groter probleem te worden. De scheve welvaartsverhoudingen in de wereld zijn bovendien steeds transparanter en daardoor nog meer onacceptabel. Indirect is het vluchtelingenprobleem hier een uitvloeisel van: mensen komen onder meer naar het Westen vanwege de veiligheid en de betere economische toekomst die zij hier kunnen krijgen.

Verantwoord efficiënt
Het verbeteren van de landbouwproductiviteit en de voedselvoorziening kan de problemen voor een aanzienlijk deel verminderen, dat besef wordt steeds groter. “Als je kijkt naar de maatschappelijke uitdaging, dan moeten er wel disruptieve innovaties verder doorbreken. In deze markt is plaats voor dergelijke innovaties; het belang is zo groot.” Aan het woord is JBR-directeur Ronald van Rijn. “We kunnen bovendien niet altijd kunstmest blijven toedienen waarbij structurele schade aan het milieu wordt toegebracht. Bovendien worden de grondstoffen die daarvoor nodig zijn steeds schaarser. Het moet op een verantwoorde manier efficiënt worden.” Nieuwe technologieën zal het antwoord op deze steeds luider wordende vraag moeten zijn. Die kan leiden tot disruptieve verbeteringen, stelt Van Rijn. “Neem bijvoorbeeld een soort tulpenbollensteker in combinatie met een smartphone die de boer binnen een paar seconden een toegepast advies geeft over wat hij wel en niet moet doen met zijn grond. Dat is heel wat anders dan een grondmonster in een zakje naar het lab sturen om vervolgens te wachten op de resultaten. Het labspel wordt een dataspel.”

Maatschappelijk rendement
In deze vernieuwende agrarische wereld valt serieus geld te verdienen, mede vanwege de toenemende efficiency. “Tegelijkertijd is er een beweging op gang gekomen om op een verantwoorde manier een betere wereld te maken via de voedingsindustrie. Denk aan de DOB Foundation van de familie De Rijcke of aan de Bill & Melinda Gates Foundation”, aldus Van Rijn. Veel fondsen (NGO’s), banken, particulieren én investeringsmaatschappijen richten zich volgens Van Rijn op dit deel van de markt. Zij proberen maatschappelijk rendement te behalen, maar er moet in de meeste gevallen ook geld verdiend worden, al zijn de rendementseisen bij social impact investing lager. Kortom: verschillende geldstromen ontmoeten elkaar. “Voor NGO’s en ontwikkelingsmaatschappijen heeft het waarde wanneer er ook een marktpartij mee-investeert, om de balans te houden tussen social impact en rendement.”

Volgende stap
JBR wordt veel benaderd door bedrijven die invloed hebben op de voedselvoorbereiding en op zoek zijn naar investeerders óf een verkoop- en distributiekanaal (entry to market). “Wij helpen deze partijen de volgende stap te maken”, zegt Van Rijn. “We zoeken partijen die actief zijn in die wereld voor samenwerkingen of we zoeken investeerders.” Overigens geldt nadrukkelijk dat Nederland snel te klein is voor disruptieve ideeën. “Je kunt wel een technologie ontwikkelen, maar als je snel wilt uitrollen – wat raadzaam is; de wereld is je markt – heb je veel geld nodig.” De Nederlandse markt is beperkt en de Nederlandse Venture Capital fondsen zijn relatief klein en spreiden hun risico over hun investeringen.
Familiebedrijven zijn volgens Van Rijn de ‘backbone’ van de geschetste ontwikkeling. “Zij hebben een langere adem om door te ontwikkelen. Ze zijn behoudend, maar ook vasthoudend. Ze zijn vaak gericht op de langetermijnontwikkeling in plaats van de winstgevendheid op de korte termijn. Als ze een richting hebben gekozen, dan zetten ze door. Precies wat nodig is. Daarom vormen familiebedrijven een broedplaats voor innovaties in de agrarische wereld.”

Wat doet JBR?
“Wij brengen onze kennis in en kunnen goed meedenken”, vertelt Ronald van Rijn over managementadviesbureau JBR uit Zeist. Volgens het bureau, dat tevens actief is op de gebieden strategieontwikkeling, corporate finance en restructuring, draait het bij advies omtrent bedrijfsoverdracht om het stellen van de juiste vragen op het juiste moment. “We vinden het belangrijk in ons advies richting het familiebedrijf onafhankelijk te zijn. Familiebedrijven overzien  niet altijd de consequenties voor de organisatie. Ze zitten in de dealmodus en verliezen daardoor soms het totale palet uit het oog.” De adviseurs van JBR zijn er om te zorgen dat familiebedrijven gedurende het overdrachtsproces weloverwogen keuzes maken. “Wat is goed voor de onderneming en wat voor de familie? Op die vragen helpen wij het antwoord te vinden; dat is ons uitgangspunt.”

“We werken relatief weinig voor overheidsinstanties”, zegt Van Rijn, die al 24 jaar werkzaam is bij JBR. “We zijn met een ondernemers-attitude vooral actief aan de kant van het bedrijfsleven. Beursgenoteerde corporates, grote familiebedrijven; daar ligt ons track record dat we de afgelopen 30 jaar hebben opgebouwd.” Het van oorsprong Rotterdamse bedrijf voelt zich thuis in de familiebedrijvenwereld. “We passen bij deze organisaties; ook wij investeren in langetermijnrelaties. Bovendien is werken met familiebedrijven gewoon erg leuk. De huidige generatie wordt altijd geconfronteerd met zijn eigen daden. Iemand daar inzicht in geven, kan erg interessant zijn. Je houdt elkaar scherp.” JBR is kritisch alvorens de onderneming adviseert bij een bedrijfsoverdracht; niet ieder verzoek wordt standaard aangenomen. “We kijken of we echt meerwaarde kunnen bieden en of we de juiste ervaring aan boord kunnen brengen. Het advies moet echt bedoeld zijn om opgevolgd te worden. Want advies geven, dat is wat wij willen doen. De transactie zelf is voor ons een middel, niet het doel. De opdrachtgever neemt uiteindelijk de besluiten. Wij faciliteren enkel het besluit en begeleiden de uitwerking. Dat is ons onderscheidend vermogen.”

Recommended Posts