Erik Jansen, advocaat ondernemings- en faillissementsrecht, heeft zijn voorliefde voor familiebedrijven en geschiedenis gecombineerd toen hij in zijn eigen familiegeschiedenis dook om de historie van de ‘Peemankeetjes’ te onderzoeken. Een Peemankeetje is een kleine kiosk waar vroeger vooral limonade en snoep werd verkocht. Jansen doet vanuit zijn passie een oproep aan familiebedrijven om hun geschiedenis te bewaren en te bewaken: “Er zijn bijna geen archieven meer en dat is hartstikke zonde.” Om deze reden is hij zelf met de documentatie van de geschiedenis van de Peemankeetjes begonnen.

Voor velen zal het woord ‘Peemankeetje’ geen belletje doen rinkelen, maar in Nijmegen groeide deze kioskjes uit tot een begrip dat zelfs nu nog door sommige oudere Nijmegenaren wordt gebruikt. De geschiedenis begint bij Jan Aart Peeman, de overgrootvader van Erik Jansen.

Toen bekend werd dat limonadefabrikant Van Keeken, uit Den Haag, had gerommeld met de ingrediënten van zijn limonade duurde het niet lang voor diens faillissement werd aangevraagd. Peeman zag zijn kans schoon en kocht in 1908 de Nijmeegse fabriek en de kioskjes van het Haagse drankenbedrijf van Van Keeken op. “Het is een hardnekkig gerucht dat mijn overgrootvader de kiosken van de Bond voor Drankbestrijding heeft overgenomen”, stelt Jansen. De “Bond” was, denkt men, een handelsnaam van Van Keeken die kioskjes plaatste waar alleen alcoholvrije dranken werden verkocht in onder andere Nijmegen, Den Haag en Leiden, om zo te strijden tegen alcoholmisbruik.

Toen Peeman de kioskjes overnam, wilde hij zich op een duidelijke manier distantiëren van de voormalige eigenaar en het ‘limonadeschandaal’. Hij besloot zijn eigen naam in koeienletters op alle vier de zijde van de kioskjes te schilderen. Hierdoor werden de kiosken al snel ‘Peemankeetjes’ genoemd. Omdat Peeman niet alleen bekend wilde staan als iemand die Amstel naar de stad bracht, besloot hij de keetjes alcoholvrij te houden, ook nadat hij in 1912 Hoofdagent van de Amstel bierbrouwerij was geworden en zo dus een drankengroothandel begon.

De Peemankeetjes ontwikkelden zich tot een ontmoetingsplek voor alle buurtbewoners waar onder het genot van een glaasje limonade werd geroddeld en gekletst. “Wat mij zo aantrekt in dit verhaal, is dat mensen er zoveel leuke herinneringen aan hebben. Als je een oude foto van een Peemankeetje op social media plaatst, krijg je verhalen te horen over mensen die hun eerste liefde gezoend hebben achter een keetje of over mensen die hier als kinderen met hun zakgeld naartoe snelden om snoepjes en limonade te kopen”, vertelt Jansen.

Momenteel zijn er geen Peemankeetjes meer over, maar op sommige plekken staan nog wel kiosken op de plaatsen waar vroeger  de keetjes stonden. Het laatste originele Peemankeetje werd door een dronken vrachtwagenchauffeur aan diggelen gereden. Jansen ziet hier zelf ook wel de ironie van in: “En zo is de cirkel weer rond.” De ouders van Jansen, dus de kleinzoon van Peeman en zijn vrouw, hebben toen de brokstukken opgekocht en het Peemankeetje gerestaureerd. Jansen kan zich herinneren dat hij hier vroeger nog weleens in heeft gekampeerd en dat de familie hier zelfs nu nog weleens samenkomt voor een drankje.

Ook al waren de Peemankeetjes inmiddels allang uit het straatbeeld verdwenen, de andere bedrijven van Peeman bleven nog lange tijd binnen de familie. Uiteindelijk heeft de vader van de heer Jansen in 1994 de drankgroothandel aan Heineken verkocht en in 1999 Slijterij Peeman aan een andere Nijmeegse slijter. Op de vraag of Jansen het familiebedrijf niet had willen overnemen, antwoordt hij: “Het mooie van mijn huidige werk is dat ik iedere dag ondernemers kan helpen met voorkomen van of oplossen van problemen. Daar vind ik leuke uitdagingen in. Rationeel bezien, weet ik niet of ik uit het runnen van een slijterij en drankenhandel dezelfde voldoening zou kunnen halen. Bovendien is het een zware tijd voor slijterijen met veel concurrentie van supermarkten.Maar emotioneel gezien, had het natuurlijk prachtig geweest om de vierde generatie te zijn in een bedrijf dat inmiddels al meer dan 110 jaar bestaat.”