Als familiebedrijven willen overleven, moeten ze, volgens onderzoekers en adviseurs, anders gaan innoveren. Veel familiebedrijven vervaardigen producten en willen hierin de beste zijn. Hierdoor vinden vernieuwingen binnen het bedrijf vaker plaats op het gebied van productverbetering in plaats van op het gebied van hun organisatiecultuur, aldus een artikel in het FD. Het moderniseren van hun dienstverlening of de interactie op de werkvloer krijgen hierdoor minder aandacht. Ook zijn familiebedrijven te afhankelijk van hun oprichter voor nieuwe ideeën. Anita van Gils, lector familiebedrijven aan de Hogeschool Windesheim, stelt dat deze manier van innoveren niet genoeg is om het voortbestaan van deze bedrijven te waarborgen.

Dat kan de concurrent ook
Op Ifera, een congres over familiebedrijven dat in Zwolle is gehouden, sprak Van Gils over de innovatiemogelijkheden van familiebedrijven. Zelf doet zij onderzoek naar familiebedrijven in Oost-Nederland (Gelderland, Overijssel en Flevoland). De valkuil, volgens Van Gils, is dat familiebedrijven de nadruk leggen op product- en procesinnovatie, terwijl de concurrent deze vernieuwingen makkelijk kan kopiëren. Zij stelt dat bedrijven zich breder in moet zetten om ook in de toekomst onderscheidend te blijven.
Dit houdt in dat de focus van de eigen productie moet verschuiven naar bijvoorbeeld IT-oplossingen. Dit ligt voor veel familiebedrijven niet voor de hand, omdat zij zich juist richten op de techniek en het verbeteren van hun productie en machines.

Oprichter zet koers, medewerker volgt

Binnen familiebedrijven is het vaak de oprichter die als kapitein zijn organisatie met nieuwe ideeën op een andere koers zet. De medewerkers zijn vooral de uitvoerders van deze ideeën en nemen zelf bijna nooit de leiding. Dit creëert een afwachtende cultuur binnen familiebedrijven die de innovatie niet ten goede komt, aldus de aanwezige experts op het Ifera-congres. Wanneer de eigenaar vervolgens afreist naar zonnige oorden om van zijn pensioen te genieten, blijft het schip stuurloos achter.

Ook wanneer de nieuwe generatie het roer overneemt, lijkt zij het moeilijk te vinden om innovaties door te voeren, bemerkt Dirk Harm Eijssen. Eijssen is partner bij Gwynth, een adviesbureau voor familiebedrijven. De medewerkers zitten immers vast in hun rol als ondergeschikte. Eijssens oplossing is simpel en direct: eerst de organisatie ondernemender maken, daarna innoveren.

Innovatie afdeling
Een organisatie ondernemender maken, gebeurd niet zo een, twee, drie. Eerst moeten medewerkers hun oude rol afschudden en hun geijkte denkpatronen loslaten. Eijssen ziet dat veel innovatieve bedrijven hiervoor een aparte afdeling opzetten. Hier kunnen medewerkers, zonder de adem van hun baas in de nek, aan vernieuwende ideeën werken.

Een andere manier om als organisatie de ondernemingslust en innovatiedrang aan te zwengelen, is mensen van buiten de familie aannemen. Volgens Alfredo de Massis, hoogleraar familiebedrijven aan de universiteit van Bolzano, gaan families modernisering binnen het bedrijf uit de weg, omdat ze beslissingen nemen in het belang van de familie. Dit kan ten koste gaan van het bedrijf. Dit is zeker het geval in bedrijven die veel familieleden betrekken bij het bestuur.

Barack Obama