Het imago van het familiebedrijf in Nederland is in de afgelopen decennia sterk verbeterd. Familiebedrijven worden gezien als betrouwbaar, innovatief en op de lange termijn gericht. Niet alleen in Nederland kijken we op tegen familiebedrijven, internationaal is het imago van familiebedrijven ook sterk. Dit blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse bedrijf Edelman.

Voor het grootschalige imago-onderzoek heeft het marketing bedrijf vijftienduizend mensen uit twaalf verschillende landen ondervraagd, en zowel werknemers van familiebedrijven als van niet-familiebedrijven zijn meegenomen in de resultaten. De resultaten van het onderzoek bevestigen wat we al wisten: het is goed gesteld met het imago van het familiebedrijf. Toch zijn er ook een aantal verrassende uitkomsten.

Vertrouwen
Laten we beginnen bij een stukje vertrouwen. Wereldwijd scoren familiebedrijven hierop beduidend beter dan het gemiddelde van het bedrijfsleven, met een score van 75 op een schaal van 100 tegenover een score van 59 voor de niet-familiebedrijven. Vooral onze oosterburen hebben een groot vertrouwen in familiebedrijven: hier is het verschil tussen de scores maar liefst 31 punten. Verder is het opvallend dat er in Azië er nauwelijks meer vertrouwen is in familiebedrijven. In China scoren familiebedrijven zelfs onder gemiddeld.

Nut bekendheid
In de twaalf onderzochte landen worden familiebedrijven als goede werkgevers gezien: 54 procent van de respondenten zou het liefst voor een familiebedrijf werken. Slechts een vijfde geeft aan dat het liever niet in een familiebedrijf werkt. Potentiële werknemers moeten dan wel weten welke bedrijven door een familie worden beheerd. Dit is lang niet altijd het geval. Slechts spaarzaam konden de respondenten benoemen of een bedrijf een familiebedrijf was of niet. Dit is niet alleen nadelig voor hen, maar ook voor de familiebedrijven zelf. Uit hetzelfde onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat twee derde van de mensen graag meer betaalt voor producten als dit ten goede komt aan een familiebedrijf.

Werkvloer
Toch is het niet alleen maar goed nieuws voor de familiebedrijven wereldwijd. In Nederland worden familiebedrijven “de hoogste ondernemingsvorm” genoemd, en “de ruggengraat van het Nederlandse bedrijfsleven.” Hier zijn werknemers internationaal gezien nog niet helemaal van op de hoogte: slechts een derde ziet familiebedrijven als banenmakers, terwijl de wereldwijd vijftig tot tachtig procent van alle banen worden gecreëerd door deze bedrijfsvorm. Daar komt bij dat werknemers zich meer betrokken voelen, gemotiveerder zijn en zich beter behandeld voelen ten opzichte van de niet-familiebedrijven. Ook vinden ze dat er beter naar hen wordt geluisterd.

Uitdagingen voor de nieuwe generatie
Voor de familie aan de leiding van het bedrijf is er dus nog genoeg te doen, ondanks al het goede nieuws. Zeker de jongere generatie staat voor een zware taak. Uit het onderzoek blijkt dat er een gebrek is aan vertrouwen in de volgende generatie leiders: de meerderheid is bang dat de nieuwe generatie het bedrijf verkeerd zal managen. Ook vindt de meerderheid van de ondervraagden dat de volgende generatie minder getalenteerd, gepassioneerd en toegewijd is. De jonkies zullen zich moeten bewijzen.

Gelukkig worden er ook oplossingen genoemd in het onderzoek. Geërfd geld wordt al snel als “onverdiend” beschouwd, maar de nieuwe generatie kan zijn reputatie herstellen door openheid van zaken te geven. Ook wordt er verwacht dat er (lokale) filantropische projecten worden gesteund met het nieuw vergaarde geld.

Vertel je verhaal
Kort samengevat, blijkt uit het gehele onderzoek dat familiebedrijven er goed aan doen om transparant te zijn, en dus duidelijker te communiceren naar de buitenwereld. Wanneer de buitenwereld weet dat je een familiebedrijf bent, en wat voor één je bent, zal het liever voor je werken en bovendien bereid zijn om meer te betalen voor producten of diensten.