Het ging lang goed met de kleermakerij die Johannes en Annaatje Broekman in 1837 in Utrecht begonnen. Door de jaren heen steeg de naamsbekendheid en het aantal vestigingen ook, maar toen sloeg het noodlot toe en werd de winkelketen in 2015 failliet verklaard. Het bedrijf maakte een doorstart en ging verder met alleen de originele twee winkels in Utrecht. Nu in 2018 gaat het nog steeds goed en heeft inmiddels de zesde generatie de broek aan in het bedrijf. Dat meldt de Telegraaf in dit artikel.  

Er was eens…
Het kledingatelier op de Elisabethstraat 13 in Utrecht specialiseerde zich naast haar al bestaande kledingproductie in het maken van beroepskleding. Dit veranderde toen de spijkerbroek van de Amerikaanse Levi Straus in de jaren zestig zijn intreden deed op de Nederlandse markt. Toen verlegde De Rode Winkel zijn focus van beroepskleding naar de spijkerbroek — vrijetijdskleding. Toepasselijk, want de spijkerbroek werd oorspronkelijk ook gebruikt als werkkleding. Zo vreemd was de gemaakte stap dus niet.

Van spijkerbroek tot pantalon
In 1911 breidde de tweede generatie verder uit door een aantal panden te kopen in dezelfde straat. Hier werd op nr. 20 aan de overkant van de straat een nieuwe vestiging geopend, genaamd Gebr. Broekman Heerenmode. Terwijl men aan de overkant op nr. 13 en nr. 11 hun beroepskleding kocht, ging men naar nr.20 voor hun ‘zondagse pak’. De Gebr. Broekman Heerenmode groeide uiteindelijk uit tot gerenommeerd herenmodezaak Tom Broekman.

Terug naar de basis
In 2015 ging het mis. De economische crisis liet haar stempel achter en de keten werd nog hetzelfde jaar failliet verklaard. Het bedrijf besloot een doorstart te maken en de twintig filialen van De Rode Winkel met spijkerbroeken en Tom Broekman voor herenmode werden teruggebracht tot de huidige twee winkels in Utrecht. De Rode Winkel werd verbouwd en met een nieuwe look luidde zij een nieuw tijdperk in. In 2017 vieren zij hun 180-jarig bestaan en proostten zij op de komende jaren en de komende generaties.