Family business: de schone was buiten hangen [afl. 3]

 In Bedrijfsoverdracht

Een gespreid bedje of een loodzware verantwoordelijkheid? Drie ondernemers vertellen hoe het is om het bedrijf van hun (schoon)ouders over te nemen. Vandaag het ondernemerssprookje van Vivienne van Eijkelenborg.

Voor Vivienne van Eijkelenborg was het geen uitgemaakte zaak dat ze het bedrijf van haar ouders zou overnemen. Als kleuter werkte ze al mee in de zaak, ze stond namelijk model voor een jurkje dat haar ouders hadden ontworpen. Dat was voor Difrax, een onderneming in babyartikelen die haar ouders in 1967 hadden opgericht. De naam Difrax is ontstaan uit de samentrekking van de eerste twee letters van haar moeder (Dippy) en haar vader (Frank). De X stond voor de toen nog onbekende die het bedrijf ooit zou overnemen.

De andere kant van de tafel
Het bedrijf was wel een vast gegeven in haar leven; met haar zus en broer speelde ze verstoppertje tussen de voorraaddozen, melkbekers en luierbroekjes. Na haar studie Bedrijfskunde in Groningen verzette ze zich zelfs tegen het idee om het bedrijf over te nemen. “Er werkten wat oudere medewerkers en ik wilde met leuke, jonge collega’s aan de slag.” Achteraf gezien heeft ze het juiste pad bewandeld. Ze begon aan de inkoopkant bij de V&D en daarna werkte ze bij DA aan de verkoopzijde. Die ervaringen zijn achteraf gezien goud waard. “Ik heb veel geleerd door aan de andere kant van de tafel te hebben gezeten. Als je direct bij je ouders begint, ga je te snel mee in hun visie.” Bij DA merkte ze dat ze liever wilde werken bij een bedrijf waar sneller kon worden geschakeld, waar beslissingen sneller konden worden opgevolgd. “Ik liep bij die grote bedrijven soms tegen de muren op.”

Eén kapitein op het familiebedrijf
Ze besloot bij haar ouders aan de slag te gaan, maar onder de duidelijke voorwaarde dat ze nergens op mochten rekenen. Als ze het alsnog niets vond, wilde ze ermee kunnen ophouden en als het naar haar zin was, zou ze een serieuze overnamekandidaat zijn. Van Eijkelenborg werd, zoals ze zelf zegt, door het bedrijf ‘gegrepen’. Ze zag enorme mogelijkheden. “Het was geen keuze meer om wel of niet te blijven.” Meteen stortte ze zich op de productontwikkeling, haar moeder grapt nog steeds dat ze haar dochter eigenlijk nog moet inwerken. In 1998 was het hoge woord eruit. Ze vroeg haar broer en zus nog of ze interesse hadden, maar zij bleken andere ambities na te streven. “Anders had ik het niet gedaan, ik geloof niet in twee  kapiteins op één schip. Dan was ik iets anders gaan doen.”

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de redactie van Overnamematch.nl.
Lees ook deel 2 en deel 4 van de serie artikelen over dit thema.


Recommended Posts