FBNed verzet zich tegen openbare registratie in UBO-register

 In Dossier: UBO-register, Geen categorie

FBNed verzet zich tegen de openbare registratie in het UBO-register, aangezien deze openbare registratie ten koste zou gaan van de veiligheid en privacy van leden en opvolgers binnen familiebedrijven.

Op 20 mei heeft het Europees Parlement een nieuwe richtlijn aangenomen die witwaspraktijken moet tegengaan. Onderdeel hiervan is het UBO-register, waar alle natuurlijke personen met een belang van 25 procent of meer in een bedrijf zich verplicht moeten laten registreren. Albert Jan Thomassen, directeur van FBNed, hoopt dat de Nederlandse overheid gehoor geeft aan de signalen vanuit de maatschappij.

Eerder werd bekend dat ook VNO-NCW en MKB Nederland zich verzetten tegen de richtlijn die familiebedrijven verplichten hun grootaandeelhouders in te schrijven in een openbaar register.

Vanaf 2017 zijn alle familiebedrijven verplicht alle aandeelhouders met een belang van 25 procent te registreren. Ziet u het nut in van deze maatregel?
“Ja, we snappen het nut. Het is natuurlijk handig dat het justitie meer inzicht krijgt in het reilen en zeilen van bedrijven die weinig goeds van plan zijn. Maar het heeft geen zin om eigenaren van familiebedrijven te registreren. Als FBNed snappen we dat die keuze gemaakt is door het Europees Parlement in de strijd tegen witwaspraktijken. Nu die wet een feit is, moeten we daarmee omgaan. Familiebedrijven zeggen dan ook: dat is de maatschappelijke ontwikkeling, daar passen we ons op aan. Het zou averechts werken om daar uitzonderingen op te maken.”

Wat zijn de risico’s als de verplichte registratie aandeelhouders wel wordt doorgevoerd?
“Het grootste risico gaat gemoeid met de veiligheid en privacy van familieleden. Denk bijvoorbeeld aan ontvoering en kidnapping. De richtlijn definieert drie groepen die toegang krijgen tot het register, waarbij er twee (ondernemers en burgers met een legitiem belang) nogal vaag gedefinieerd zijn. Waar liggen de grenzen bij deze categorieën? Wie zegt me dat niet een concurrent gebruik gaat maken van dit register, in plaats van een burger met een legitiem belang? Dat is een van de grootste risico’s van hoe de wetgeving rondom dit register nu is gedefinieerd.”

Hoe staan de familiebedrijven zelf in deze discussie?
“Ze snappen dat er een ontwikkeling gaande is waarbij transparantie belangrijker wordt. Aan de andere kant: als een familie het bedrijf tijdig overdraagt naar een volgende generatie, waardoor een zestienjarige aandeelhouder geregistreerd wordt en met veiligheidsrisico’s te maken krijgt, dan gaat dat te ver. Het familiebedrijf is gericht op continuïteit en op deze manier lijkt het er op dat je gaat morrelen aan het wezen van de continuïteit. Terwijl met die continuïteit ook werkgelegenheid en economische groei gerealiseerd wordt.”

Wat zou de oplossing zijn?
“Een belangrijke stap zou zijn om minderjarigen hiervan buiten te sluiten, of de leeftijdsgrens op te schroeven naar 25, want ook als het opvolgende kind studeert wil je het beschermen tegen dergelijke risico’s. Of je maakt dezelfde uitzondering als in Engeland, waar bepaalde uitzonderingen zijn voor trusts. In Nederland ook voor een STAK (stichting administratie kantoor) kunnen gelden. De verantwoordelijke bestuurders staan immers al geregistreerd in het Handelsregister. Bevoegde instanties kunnen daardoor bij de verantwoordelijke mensen terecht, mocht dat nodig zijn. Dit is een optie die we zullen opperen in ons contact met de overheid en we hopen dan ook dat men hier gehoor aan geeft.”

Recommended Posts