Fiscaliteit en het familiebedrijf anno 2021

Fiscaliteit en het familiebedrijf

De coronacrisis raakt iedereen, en dus ook het familiebedrijf. Het DNA van familiebedrijven maakt echter dat zij goed bestand zijn tegen de gevolgen van een recessie. Ze zijn veelal gezond gefinancierd en houden doorgaans stevige financiële buffers aan. Maar of die buffers standhouden, hangt voor een belangrijk deel af van de fiscale agenda van Den Haag. En die concept-agenda is niet bij voorbaat geruststellend. Niels Govers en Robert Schwarz van PwC gaan in op het onderwerp ‘fiscaliteit en het familiebedrijf anno 2021’.

Eén van de kenmerken van familiebedrijven is dat de langetermijnvisie centraal staat. Die vervult namelijk een belangrijke rol bij de continuïteit van familiebedrijven over de generaties heen. Anders dan bij ‘gewone’ ondernemingen, hebben familiebedrijven een gezonde aversie tegen te veel vreemd vermogen. Daarnaast willen ze zoveel mogelijk kapitaal binnen de onderneming houden. Hiermee behouden zij hun onafhankelijkheid en waarborgen ze de continuïteit van het bedrijf voor volgende generaties.

Vanwege deze vermogensstructuur zijn familiebedrijven minder gevoelig voor conjunctuurwisselingen en crisissituaties. De huidige crisis laat zien, dat er een behoorlijk aantal bedrijven is, dat over onvoldoende middelen beschikt om economische tegenslagen op te vangen. Het langetermijndenken van familiebedrijven en de drive om vermogen in het bedrijf te laten zitten, dragen eraan bij dat familiebedrijven weerbaarder zijn in crisissituaties.

Fiscaliteit en het familiebedrijf: de BOR

Over de noodzaak van een fiscaalvriendelijke overdracht van een familiebedrijf naar de volgende generatie is al veel gezegd en geschreven. En die noodzaak wordt breed gevoeld. Het betalen van enorme bedragen aan erfbelasting en box 2-heffing over de waarde van een onderneming in het geval van overlijden van de DGA, trekt een zware wissel op het vermogen van de onderneming. En daarmee op diens continuïteit. Bij de huidige belastingtarieven wordt er bij overlijden van de DGA ruim 41% inkomsten- en erfbelasting (bij vererving naar de kinderen) geheven over het vermogen in de BV.

Om deze aanslag op het BV-vermogen te voorkomen, bestaan er op dit moment verschillende fiscale faciliteiten. Die duiden we hierna aan met ‘bedrijfsopvolgingsregelingen’. Kortweg: de BOR.

Des te opvallender is het, dat het ministerie van Financiën in de zogenaamde Bouwstenennotitie suggesties heeft gedaan om de BOR flink te versoberen. Als de wetgever die suggesties zou overnemen, bijvoorbeeld als onderdeel van de hervorming van ons belastingstelsel, moet er bij overlijden van de DGA altijd afgerekend worden in box 2. Er geldt dan nog slechts een geringe vrijstelling in de erfbelasting. Een vrijstelling die bovendien alleen zal gaan gelden voor kleinere ondernemingen. Van de huidige BOR blijft dan vrijwel niets meer over. Hierdoor moeten ondernemingen vaker hun financiële reserves aanspreken, om enorme bedragen aan belasting te kunnen voldoen.

Bouwstenennotitie

In de Bouwstenennotitie is de DGA volgens de auteurs de spreekwoordelijke ‘fiscale kop van jut’. Het ministerie van Financiën doet, onder het mom van een ‘evenwichtiger herverdeling van inkomen’ en ‘een toekomstbestendig belastingstelsel’, maar liefst 14 suggesties. Ideeën die niet direct aansluiten bij de belangen van het familiebedrijf en de eigenaren. Want als het aan het ministerie van Financiën ligt:

  • gaat het tarief in box 2 omhoog naar 30-35%;
  • moet de DGA in box 2 ieder jaar 4% fictief inkomen opgeven in box 2;
  • moet een DGA meer salaris opnemen uit zijn of haar BV;
  • mag een DGA vrijwel niets meer lenen bij zijn of haar BV. Zelfs niet voor het financieren van zijn of haar eigen woning.

De DGA lijkt de laatste jaren fiscaal steeds vaker geraakt te worden. Het tarief in box 2 is in twee jaar tijd gestegen, van 25% naar bijna 27%. Daarnaast is er een wetsvoorstel aanhangig dat lenen bij de eigen BV aan banden moet leggen. En u herinnert zich ongetwijfeld nog dat de mogelijkheid om pensioen op te bouwen bij de BV van de DGA in 2017 is gesneuveld.

Alle ogen op de verkiezingen

Er zijn dus diverse wetswijzigingen doorgevoerd, wetsvoorstellen ingediend én ministeriële suggesties gedaan die de DGA en het familiebedrijf belemmeren in hun streven naar continuïteit en een gezond weerstandsvermogen. Daarentegen krijgt het familiebedrijf steeds meer aandacht vanuit diverse partijpolitieke en maatschappelijke hoeken. Dit blijkt onder andere uit vrij recente uitingen van diverse politieke partijen die het belang van het familiebedrijf voor de BV Nederland hoger op de politieke agenda willen hebben. Ook zijn er plannen gepresenteerd om familiebedrijven een steuntje in de rug te geven.

Het belang van familiebedrijven krijgt gelukkig aandacht binnen verschillende partijprogramma’s van politieke partijen, in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen deze maand. We hopen dan ook dat dit eveneens tot uiting komt in het kabinetsbeleid van de aankomende jaren. Als je onderdeel bent van de familie luidt immers het motto: ‘You can check out anytime, but you can never leave’.

Blijf op de hoogte met onze maandelijkse nieuwsbrief