Grote Europese belastingverschillen in bedrijfsoverdracht

 In Bedrijfsoverdracht

Opvolgers van Nederlandse familiebedrijven blijken minder overdrachtsbelasting te betalen dan ondernemers in andere Europese landen, mits zij voldoen aan de voorwaarden van de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).

Dit blijkt uit onderzoek van KPMG in samenwerking met European Family Businesses (EFB). Een van de conclusies is dat er grote verschillen zijn tussen de 23 onderzochte landen wat betreft de te betalen overdrachtsbelasting. Niet alleen de belastingpercentages verschillen, maar ook de faciliteiten en vrijstellingen waarvoor familiebedrijven in aanmerkingen komen verschillen duidelijk per land. In een zestal Europese landen worden familiebedrijven niet of beperkt aangeslagen voor belastingen, waar in andere landen (zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Ierland) deze belastingen tot vier miljoen euro kunnen oplopen.

Voor het onderzoek zijn de gegevens van een gemiddeld familiebedrijf dat te maken krijgt met opvolging als uitgangspunt genomen. Deze onderneming heeft een waarde van 10 miljoen euro, waarvan 5 miljoen bestaat uit goodwill.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In Nederland bestaat de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Deze regeling maakt het voor familiebedrijven mogelijk om fiscaal aantrekkelijk het bedrijf over te nemen. Wanneer het familiebedrijf niet voldoet aan de voorwaarden van de Belastingdienst zal men een bedrag van vier miljoen moeten afdragen aan belastingen. Dankzij de BOR hoeft er ‘slechts’ een bedrag van 220.000 euro aan directe belastingen afgedragen worden. Volgens Olaf Meurs van KPMG heeft de BOR grote voordelen voor Nederlandse familiebedrijven: “Zonder deze regelingen zouden weinig Nederlandse familiebedrijven in staat zijn de overgang naar een volgende generatie te overleven.”

Voorwaarden BOR
Om aanspraak te maken op de gedeeltelijke vrijstelling bij de vererving van ondernemingsvermogen moeten familiebedrijven aan meerdere voorwaarden voldoen. Zo moet de onderneming minimaal één jaar bij de erflater in het bezit zijn geweest. De opvolger moet vervolgens het bedrijf nog ten minste vijf jaar voortzetten. Aandelen mogen in deze periode ook niet worden verkocht. Het staken van de onderneming is tevens niet toegestaan. Wanneer blijkt dat het familiebedrijf uiteindelijk toch niet aan de voorwaarden voldoet, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de vrijgestelde (voorwaardelijke) belasting alsnog te innen.

Recommended Posts