Grote zorgen om komst UBO-register

 In Dossier: UBO-register

Hoewel de overheid er nog steeds niet over uit is hoe het invulling gaat geven aan het zo omstreden UBO-register, zijn veel familiebedrijven nu al huiverig voor de gevolgen van de invoering. Wat is dit register precies en waarom leidt een ogenschijnlijk simpel lijstje zelfs bij de meest standvastige familiebedrijven tot knikkende knieën?

Onder meer belastingontduiking en de financiering van terrorisme moeten ermee voorkomen worden. Maar het door de EU opgelegde UBO-register, dat in 2017 ingevoerd zal worden, kan in de praktijk ook leiden tot een inbreuk op privacy. Men is bang dat het openbaar maken van persoonlijke gegevens van eigenaren van familiebedrijven zal leiden tot ontvoeringen, dreigementen of andere misdaden.

UBO-register?
Het UBO-register zal de meeste familiebedrijven niet onbekend zijn. Wie een kwart eigendom heeft van een bedrijf of betrokken is bij een (familie)stichting is binnenkort met naam en toenaam bekend dankzij de verruiming van het ultimate beneficial owners-register. Het UBO-register is onderdeel van de vierde anti-witwasrichtlijn om belastingontduiking, financiering van terrorisme en witwassen tegen te gaan.

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) is niet te spreken over de komst van het register, omdat de bruikbaarheid ervan beperkt zal zijn. Bovendien zal het register deels openbaar zijn, waardoor de gegevens in handen van criminelen kunnen vallen. “Zo ontstaat er een nieuwe Quote 500-inbrekerslijst”, zeggen ondernemers in Forum, het blad van VNO-NCW. Op grond van de richtlijn zijn de lidstaten van de EU echter verplicht tot het instellen van een UBO-register. Dit betekent dat iedereen vanaf 2017 tegen een kleine vergoeding de persoonsgegevens en de woonstaat van personen op deze lijst kan opvragen. “Op die manier kunnen we net zo goed in onze blote kont op het Binnenhof gaan staan”, zegt Marlies van Wijhe, voorzitter van Familiebedrijven Nederland in Forum. Het kabinet houdt volgens haar onvoldoende rekening met de specifieke cultuur van familiebedrijven. “Niet iedereen wil in de openbaarheid met zijn financiële status.”

Potentiële gevaren
Ontvoering en terrorisme zijn gevaren die worden genoemd door tegenstanders van het register. Ook kunnen de gegevens die ‘op straat’ komen te liggen gebruikt worden voor andere zaken. Door de gegevens uit het register te gebruiken en die te combineren met de informatie van personen die zoekmachines en social media leveren bijvoorbeeld, kan er enorm veel informatie ingewonnen worden over bedrijven en individuen. Dit kan leiden tot online treiterijen en andere narigheden. Niet alleen directeur-grootaandeelhouders gaan dan met de billen bloot, maar ook familieleden die vanuit bijvoorbeeld een erfenis een economisch belang hebben. Dit kunnen ook personen zijn die niet eens actief betrokken zijn in het bedrijf. Naming and shaming in (online) media is dan een mogelijk gevolg.

Peter van den Dool, coach van familiebedrijven, vertelt: “Ondernemers die met de bedrijfsopvolging bezig zijn, zullen zich afvragen of zij dit risico wel aan hun kinderen willen opleggen.” Deze gevoelens van onveiligheid leiden er volgens VNO-NCW en MKB-Nederland toe dat vestiging in het buitenland nadrukkelijk overwogen wordt. En dat is ongewenst, benadrukken de ondernemingsorganisaties.

Bescherming van gevoelige informatie
De concrete invulling van het register is nog niet vastgelegd. De door minister Dijsselbloem gegeven grote lijnen moeten nog worden uitgewerkt in een (concept-)wetsvoorstel, waarbij betrokken organisaties zullen worden geconsulteerd.

Een stap die familiebedrijven just to be sure kunnen nemen om hun privacy te beschermen is bijvoorbeeld het omvormen van de juridische entiteit van het bedrijf. Adviesbureau EY liet maart dit jaar aan het FD weten dat 75 procent van de grote particuliere ondernemingen maatregelen wil nemen om niet in het UBO-register te worden opgenomen. Een oplossing zou zijn gevonden in het omvormen van bv’s naar een nieuwe bedrijfsvorm.

Misschien eerder dan gedacht
De Europese Commissie wil – naar aanleiding van de Panama Papers – de regelgeving van het UBO-register nog meer aanscherpen. Eerder dit jaar stelde de Commissie voor om de verplichte invoering van een UBO-register in de EU-lidstaten te vervroegen van 26 juni 2017 naar 1 januari 2017.

Aanvullende maatregelen van de Europese Commissie
Op 5 juli 2016 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat zij een aantal aanvullende maatregelen wil nemen met betrekking tot het UBO-register. Het Europese orgaan stelt de volgende aanvullingen voor:

  • Volledige publieke toegang tot de UBO-registers;
  • Verlaging van het voor kwalificatie als ‘UBO’ benodigde percentage van 25 procent tot tien procent, in geval van ‘ondernemingen die het risico lopen om te worden gebruikt voor witwaspraktijken of belastingontduiking’. Niet-beursgenoteerde beleggingsvennootschappen zouden hieronder kunnen vallen. Voor alle andere ondernemingen blijft de drempel 25 procent;
  • Directe verbondenheid van registers tussen lidstaten, ter vergemakkelijking van de samenwerking tussen deze staten.

De bovenstaande voorstellen moeten nog door de Raad te worden aangenomen en zijn dus vooralsnog niet definitief. In Nederland is het nog wachten op de concept-wetgeving ter implementatie van de richtlijn.

 

Recommended Posts