Han Go van Go-Tan: “We willen voor meer staan dan lekker eten alleen”

Over het succes van Go-Tan en haar maatschappelijke insteek

Bij Go-Tan denken mensen eerder aan zoete of pittige sauzen dan aan ambassadeurschap voor een goed doel. Maar achter de Aziatische producten zit een familiebedrijf waarin samen eten een levensstijl is, die gepaard gaat met sociaal contact en zorgen dat je de wereld beter achterlaat dan je hem aantrof. Het is een van de redenen dat Han Go, eigenaar (samen met zijn broers) en mededirecteur, zich sinds een jaar inzet voor het familiebedrijvennetwerk van SOS Kinderdorpen. Marein Smits, partner bij Wintertaling advocaten en lid van de redactieraad van Fambizz, reed samen met onze hoofdredacteur naar Kesteren, waar Go-Tan dagelijks haar producten maakt. Ze spraken met Han Go over het succes van Go-Tan en haar maatschappelijke insteek.

Wat begon met oprichter Frans Go die producten op de markt bracht die hij zelf lekker vond, groeide uit tot een merk dat in vrijwel elke supermarkt ligt. “Mijn vader startte ons bedrijf in 1954, met hulp van familieleden. In de jaren 60 had hij enkele jaren een investeerder aan boord, de heer Tan, die dus mede-naamgever werd van het bedrijf. Mijn vader was geen kok of keukengenie, maar eerder een uitvinder. Hij hield van eten, proeven, proberen en deelde met mijn oma en tante wat hij lekker vond. Zij werkten die recepten verder uit.” zegt Han. De eerste producten kwamen in de supermarkt te liggen, maar vielen nauwelijks op. “We lagen in de schappen met Shanghai-borrelnoten, kroepoek en kruidenmixen, maar hadden in de jaren zestig nog geen reclamespotjes zoals onze concurrenten.”

Toen Frans in 1984 overleed, bleef er een bedrijf achter dat door zijn voormalige adjunct-directeur werd gerund. Die koos bewust voor veiligheid zonder al te ruige investeringen of spannende innovaties. Han en zijn twee broers waren op dat moment nog te druk met school, studie of buitenlandse carrière. Toen de adjunct-directeur eind jaren negentig met pensioen ging, was de vraag wie de dagelijkse aansturing zou overnemen. Han en zijn broer Bing stapten toen in het bedrijf. “Het voelde als een goed moment en we hadden de ruimte om het anders te doen. Het was een tochtig huis met een zwakke fundering. De basis van het bedrijf was er wel, maar kon verder worden uitgebouwd. We investeerden daarom volop in ons merk, productie en de organisatie”, aldus Han Go.

Alles proeven

De nieuwe insteek van de broers gaf het bedrijf een boost; ze ontwikkelen of evolueren sindsdien elk jaar drie of vier producten en er wordt flink geïnvesteerd en geïnnoveerd. Waarbij één uitgangspunt van hun vader nooit verandert: “Er gaat hier niets de poort uit dat we zelf niet lekker vinden. We proeven als directie alle nieuwe producten nog altijd zelf en sturen ze ook nog wel eens terug als wij niet achter de smaak staan. Ook als de verpakkingen al klaar lagen of dat ons geld kost”. Het is typerend voor hoe Han over Go-Tan praat. Op vakantie, tijdens een familiediner in een restaurant, op een congres; hij is altijd bezig met inspiratie opdoen om nieuwe producten te ontwikkelen of bestaande te verbeteren. En dat geeft nieuwe inzichten. Zo schetst hij dat hij tijdens een vliegreis een gesprek aanknoopte met een onbekende. De dame naast hem in het vliegtuig vroeg wat hij voor werk deed. Hij vertelde over Go-Tan en dat het een familiebedrijf is. Toen zei ze direct: “Oh, in dat geval ga ik dat voortaan kopen”. Han vertelt er met verbazing over: “Dat was voor haar genoeg. Ze associeerde een familiebedrijf met betrouwbaarheid en een goede keuze. Dat vond ik zo’n bijzonder gegeven. Dat nemen we mee. We zetten niet voor niets in onze uitingen altijd dat we een familiebedrijf zijn en promoten onszelf als een “foodloving family’, want dat zijn we.” En op die manier zorgen de directieleden steeds dat ze zich verbazen en vernieuwen.

Ondernemers-ADHD

“Mijn broer, ik en andere familieleden hebben een soort ondernemers-ADHD,” zegt Han. “We willen er energie in stoppen, want eten en ondernemen moet leuk zijn.” Dat zie je terug in de kleuren in de reclame-uitingen, maar ook in de verpakkingen, waar Han zelf met een brede glimlach op staat. Gevraagd naar waarom hij op de verpakkingen staat, zegt hij: “Ik schijn veel te lachen en van eten moet je vrolijk worden. En je moet waar je kan een ander helpen om het leven een beetje fijner te maken.” Dit idee zie je terug in hoe Han naar ‘geven’ kijkt. Zoals bij zijn betrokkenheid bij SOS Kinderdorpen, waar hij ambassadeur is van het familiebedrijvennetwerk Families voor Families, waarbij familiebedrijven zich kunnen aansluiten om het goede doel te ondersteunen. Het Families voor Families-programma richt zich niet alleen op het opvangen van kinderen, maar juist op het versterken van gezinnen en hun omgeving, zodat kinderen veilig kunnen opgroeien in hun eigen gezin, met een sterker netwerk om hen heen.

Congruent zijn

De initiatieven die Han steunt bij SOS Kinderdorpen gaan dan ook over zelfredzaamheid. Ouders krijgen ondersteuning zodat ze hun gezin zelf kunnen dragen. “Dat is ook wat wij doen. Je bouwt iets dat verder gaat dan jezelf. En daarom sluit het mooi aan op waar ik me voor wil inzetten. De keuze om in dit geval bij te dragen aan een goed doel moet congruent zijn met wie je als bedrijf bent.” Tegelijkertijd wil hij het niet groter maken dan het is. “Bezig zijn met goede doelen is geen commerciële drijfveer of een marketingtruc, maar het voelt wel logisch. Het past bij ons, maar het staat niet benoemd op de website of vermeld op onze producten of iets dergelijks.” Want op de vraag of hij ook ambassadeur zou zijn van een goed doel als niemand dat zou zien, zegt hij: “Dan zouden we het nog steeds doen. Het is niet zo dat we al onze winst aan goede doelen geven; we blijven gewoon een bedrijf. Maar we hebben bijvoorbeeld ook een voedselbos op Sumatra voor CO2-opvang en we zijn op meer manieren met het milieu en duurzaamheid bezig.” En dat is niet om een mooi verhaal te slijten, maar uit een stukje verantwoordelijkheid. En ook met oog op thuis. “Mijn dochter is 24 jaar oud en erg met het milieu bezig. Ze is vrij activistisch. Als ze dan hoort wat er aan energie omgaat in onze productie of dat ik mijn zoon, die vaak reist, voor een reclamespotje op en neer liet vliegen naar Nederland, dan is ze best fel. Ik wil het bedrijf van onze vader eer aan doen, maar ook aan mijn dochter laten zien dat we ons wel degelijk bewust zijn van de toekomst en niet ten koste van alles enkel willen verkopen.” Andersom ligt er geen druk op de volgende generatie qua opvolging. Han’s kinderen en die van zijn broers moeten vooral gaan doen waar ze achter staan. “Mijn dochter wil liever straks een Aziatische rivier schoonmaken dan bij ons werken, gok ik” vertelt hij lachend.
Al met al blijft Han nuchter over wat Go-Tan doet. “We sturen nog steeds vooral heel veel flesjes lekkere saus de wereld in. En het is geen oplossing voor grote wereldproblemen, maar mensen worden er wel blij van. Eten was bij ons in huis en nog steeds een sociale waarde. En dat geldt waarschijnlijk voor veel mensen. Thuis is waar iemand iets voor je maakt. En daar dragen wij graag aan bij.”

Blijf op de hoogte met onze maandelijkse nieuwsbrief