(Geschreven door: Maiko van Bakel en Philip Vossenberg)
Rendement voor bedrijf én maatschappij
Familiebedrijven vormen het kloppende hart van de Nederlandse economie en spelen decennia een cruciale rol op het gebied van maatschappelijke impact realiseren. Van het ondersteunen van lokale gemeenschappen tot grootschalige donaties: de betrokkenheid kent verschillende vormen.
De afgelopen jaren zien wij dat de maatschappelijke activiteiten door familiebedrijven en single family offices op een meer strategische manier worden verbonden aan de strategie en kernwaarden van het familiebedrijf en/of de familie. Dit leidt tot nieuwe vormen van maatschappelijke betrokkenheid, ook wel bekend als impact investing. Het Global Impact Investing Network definieert impact investing als investeringen die plaatsvinden met de bedoeling om positieve, meetbare sociale en milieu-impact te genereren naast een financieel rendement. Uit recent onderzoek door Van Lanschot Kempen blijkt dat veertig procent van de Nederlandse family offices zich bezighoudt met impact investing. Impact investing neemt verschillende vormen aan: niet alleen traditionele schenkingen, maar ook aandelenparticipaties, leningen en investeringen in impact fondsen zetten bedrijven in om maatschappelijke impact te realiseren. Een illustratief voorbeeld is softwarebedrijf Afas, dat een groot deel van de aandelen in het familiebedrijf schonk aan twee gerelateerde goede doelen; deze goede doelen ontvangen de dividenden uit die aandelen en kunnen die aanwenden voor hun maatschappelijke activiteiten.
Familiebedrijven formuleren steeds vaker een duidelijke strategie rondom impact investing en maken hiervoor significante budgetten vrij. Tegelijkertijd groeit de aandacht van maatschappij en stakeholders voor deze structuren. Het door het Ministerie van Financiën uitgevoerde onderzoek naar vermogen in familiestichtingen uit januari 2025 illustreert dit. In dit onderzoek wordt kritisch gekeken naar het gebruik van fiscale faciliteiten. Dit artikel schetst de belangrijkste trends op het gebied van impact investing bij familiebedrijven en de aandachtspunten die dit meebrengt.
Trends: van ‘doing good’ naar ‘doing good business’
De afgelopen jaren voltrok zich een fundamentele verschuiving in hoe bedrijven naar maatschappelijke betrokkenheid kijken. We bevinden ons in een fase waarin familiebedrijven op een vaak meer strategische manier kijken naar hun maatschappelijke bijdrage in de sector en lokale gemeenschappen waarin zij een rol spelen. Deze benadering stelt hen in staat hun maatschappelijke activiteiten duurzaam te integreren in hun strategie en bedrijfsvoering.
De belangrijkste trend is dat familiebedrijven hun impact investing-strategie verankeren. Zij verbinden deze met de overall bedrijfsstrategie en koppelen deze aan de belangrijkste onderliggende bedrijfsprocessen. Dit is een positieve ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die duurzaamheidsinitiatieven integreren op lange termijn betere financiële resultaten behalen door beter risicobeheer en meer innovatie. De strategische verankering van impact investing vraagt van familiebedrijven om een zorgvuldige afweging van de meest passende structuur en inrichting van de financiële stromen die samenhangen met de activiteiten. Traditioneel zien we veel familiebedrijven de activiteiten uitvoeren via een stichting, vaak met de status als algemeen nut beogende instelling (ANBI). De voordelen zijn: de activiteiten staan op afstand van het bedrijf, de operationele uitvoering vindt plaats door de stichting, waardoor de onderneming minder administratieve en compliance-lasten heeft, en het versterkt het vertrouwen van stakeholders door een samenstelling van het bestuur met onder meer onafhankelijke bestuursleden.
Daartegenover staan nadelen. Het familiebedrijf heeft minder grip op de activiteiten, er zijn vaak minder synergievoordelen met de bedrijfsprocessen, en de betrokkenheid van werknemers kan beperkter zijn. Bovendien worden de juridische en fiscale regels rondom stichtingen en specifiek ANBI’s steeds strenger, met meer complianceverplichtingen tot gevolg. Naar aanleiding van het in dit artikel genoemde ambtelijk onderzoek naar familiestichtingen wordt momenteel onderzocht of er strengere voorwaarden moeten gaan gelden. In de praktijk zien wij dat het ANBI-team van de Belastingdienst strikter wil waarborgen dat een ANBI niet het verlengstuk vormt van de onderneming en dat er niet te veel verwevenheid mag bestaan tussen enerzijds de ANBI en anderzijds het bedrijf of de familie. Dit creëert een spanningsveld, met name voor familiebedrijven die maatschappelijke impact meer strategisch willen positioneren. Juist voor hen is het van belang grip te houden op de maatschappelijke activiteiten, zodat een win-winsituatie ontstaat voor bedrijf en maatschappij.
Vanwege deze nadelen zien wij dat bedrijven de afweging maken om activiteiten te structureren via een aparte entiteit in de vennootschapsstructuur. Bijvoorbeeld door de oprichting van een apart fonds-BV dat de maatschappelijke activiteiten coördineert en uitvoert. Een veelgenoemde motivatie in de praktijk om voor deze benadering te kiezen is dat de strategie op het gebied van impact investing zodanig is verstrengeld met de ‘core business’ dat er meer commercieel én maatschappelijk succes kan worden geboekt door de activiteiten vanuit de eigen organisatiestructuur aan te sturen. Een ANBI vereist in meerderheid een extern bestuur en staat letterlijk en figuurlijk op afstand van de onderneming, terwijl een BV-structuur meer flexibiliteit biedt om de impactactiviteiten te integreren met de kernbedrijfsprocessen. Ook biedt dit mogelijkheden om de impactactiviteiten in te zetten voor HR-beleid. Meerdere grootschalige werknemersonderzoeken tonen aan dat een groeiende meerderheid van werkzoekenden, met name jongere generaties, de voorkeur geeft aan werkgevers met een aantoonbaar en geïntegreerd maatschappelijk profiel.
Praktische lessen voor de inrichting
Op basis van onze praktijkervaring formuleren wij vier lessen voor familiebedrijven die een impact investing-structuur willen opzetten.
Les 1: Neem de tijd voor een solide strategie.
Bepaal wat de organisatie wil bereiken op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Stel concrete doelen en betrek daarbij klanten, leveranciers en werknemers. Richt je organisatie hierop in met duidelijke verantwoordelijkheden, processen en structuren. Gebruik meetbare indicatoren om voortgang, risico’s en kansen te monitoren. Integreer dit aantoonbaar in je bedrijfsvoering en waardeketen, bijvoorbeeld door duurzaam in te kopen.
Les 2: Bepaal een juridische structuur die aansluit bij de strategie.
De juridische structuur van een impactinitiatief bepaalt de werking, hoe middelen worden ingezet en welke fiscale regels gelden. Familiebedrijven kiezen meestal uit twee opties:
- ANBI: gericht op het algemeen belang, met fiscale voordelen zoals aftrekbare giften, maar met eisen rond onafhankelijkheid en transparantie.
- Maatschappelijke fonds-BV: flexibeler en vaak makkelijker te verbinden met de bedrijfsvoering, maar met eigen fiscale aandachtspunten zoals transfer pricing en btw.
De juiste keuze hangt af van hoeveel controle het familiebedrijf wil houden, hoe nauw de integratie met het bedrijf moet zijn en welke governance past bij de waarden van het bedrijf en de familie. Een combinatie kan ook: bijvoorbeeld een ANBI als vermogensfonds voor de lange termijn, aangevuld met directe bijdragen vanuit de onderneming.
Les 3: Anticipeer tijdig op fiscale vraagstukken.
Familiebedrijven die maatschappelijke impact willen maken, moeten rekening houden met de fiscale gevolgen. Het belangrijkste onderscheid is dat tussen zakelijke en niet-zakelijke uitgaven.
Zakelijke uitgaven zoals sponsoring, reclame of MVO-activiteiten die direct samenhangen met de bedrijfsdoelstelling zijn in beginsel volledig aftrekbaar van de fiscale winst als bedrijfskosten.
Niet-zakelijke giften vanuit een BV liggen fiscaal lastiger. Sinds 2025 geldt: als een gift boven de €100.000 per jaar (of 50% van de winst) uitkomt, ziet de fiscus dit als een uitdeling aan de aandeelhouder. Die betaalt daar dan inkomstenbelasting over in box 2 (tot 31%). De regeling die in 2024 gold om giften boven het maximum zonder inkomstenbelastingheffing over te dragen aan een ANBI, heeft maar één jaar bestaan. Recent zijn oproepen gedaan door o.a. FBNed om de regeling weer in te voeren om impact investing te stimuleren.
MVO-beleid dat geen duidelijk verband heeft met de bedrijfsactiviteiten kan worden gezien als gemotiveerd op grond van aandeelhoudersmotieven, met ongewenste fiscale gevolgen.
Om dit te voorkomen is een helder kader voor impact investing nodig, gebaseerd op drie pijlers:
- Impact investing is onderdeel van de bedrijfsstrategie.
- De uitgaven dienen het zakelijke belang van de onderneming.
- Er is geen sprake van een uitdeling aan aandeelhouders.
Met deze onderbouwing ontstaat de basis voor fiscaal verantwoord investeren in maatschappelijke impact.
Les 4: Implementeer zorgvuldig en documenteer.
De implementatie van een impact investing-structuur vereist goede documentatie. Leg de strategische overwegingen vast via besluitvorming door de Raad van Bestuur en eventueel de Raad van Commissarissen, onderbouw de zakelijkheid van geldstromen, en zorg dat governance-afspraken helder zijn vastgelegd. Bij een ANBI geldt: voorkom belangenverstrengeling, zorg voor onafhankelijke bestuursleden en voldoe aan alle publicatieverplichtingen.
Tot besluit
Familiebedrijven die impact investing serieus nemen, staan voor een strategische keuze die verder reikt dan maatschappelijke betrokkenheid alleen. De afweging tussen een ANBI, een BV of een gecombineerde structuur vergt een zorgvuldige analyse van fiscale, juridische en organisatorische factoren waarbij geen optie bij voorbaat de juiste is. De aangescherpte fiscale wetgeving maakt het noodzakelijk om het zakelijke karakter van uitgaven helder te onderbouwen en te documenteren. Toch is dit geen reden tot terughoudendheid. Familiebedrijven die deze opgave serieus nemen en hun aanpak stevig verankeren in de bedrijfsstrategie, zijn in staat om duurzame maatschappelijke impact te realiseren, op een wijze die zowel intern als extern geloofwaardig is en die de continuïteit van hun betrokkenheid op lange termijn borgt.
Maiko van Bakel is Tax Director bij PwC en verbonden aan Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University. Philip Vossenberg is Tax Partner en Family Capital Leader bij PwC.