Interview met Wiggele Oosterhoff: over zijn boek Doorzien en de uitdagingen van agrarische familiebedrijven
In zijn boek Doorzien: een contextueel handboek voor agrarische familiebedrijven legt Wiggele Oosterhoff de diepere dynamieken bloot die binnen de agrarische familiebedrijven spelen. Oosterhoff combineert zijn achtergrond in de agrarische sector met inzichten uit de contextuele therapie, en biedt hiermee een uniek perspectief op de relatie tussen familie, bedrijf en de bredere samenleving. In dit interview gaan we dieper in op zijn beweegredenen voor het schrijven van dit boek, de uitdagingen binnen de sector en de lessen die hij hoopt door te geven aan de volgende generatie boeren.
1. Wat inspireerde je om het boek Doorzien te schrijven? En wat hoop je dat agrarische familiebedrijven uit het boek halen?
De inspiratie kwam voort uit een leergang ‘Contextueel Pastoraat’ die hij samen met zijn vrouw volgde. Dit was niet bedoeld om pastoor te worden, maar om de fascinerende wereld van contextueel werken te verkennen. “Mijn eindscriptie ging over contextueel werken in relatie tot de overname van agrarische familiebedrijven. Dit thema heb ik verder uitgewerkt in mijn boek,” zegt Oosterhoff. Met het boek wil hij twee werelden met elkaar verbinden: het contextuele werken en agrarische familiebedrijven. De titel Doorzien weerspiegelt zijn ambitie om lezers inzicht te geven in de systemen, ondernemerskrachten en patronen die in hun eigen situatie spelen. “Door herkenning in de praktijkverhalen hoop ik dat lezers zich verder kunnen verdiepen en met de materie aan de slag gaan,” voegt hij eraan toe.
2. In je boek bespreek je de gedrevenheid van boeren om te groeien, maar je waarschuwt ook voor het gevaar van ‘nooit genoeg’. Waarom is het belangrijk voor boeren om deze balans te vinden?
Samen met Marlies Bosker ontwikkelde Oosterhoff de ondernemersdriehoek: een model dat de drie ondernemerskrachten – gedrevenheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid – beschrijft. “Gedrevenheid is een prachtige eigenschap, maar kan doorschieten in fanatisme, waardoor de verbinding met anderen en de omgeving verloren gaat.” Hij benadrukt dat boeren soms te veel gericht zijn op bedrijfsgroei en niet genoeg aandacht besteden aan hun familie, het milieu of hun eigen welzijn. “Het is cruciaal dat de groei van het bedrijf hand in hand gaat met de ontwikkeling van de ondernemer. Anders leidt dat tot problemen.”
3. Wat is de belangrijkste boodschap die je met Doorzien wilt overbrengen aan agrarische familiebedrijven?
Het boek richt zich vooral op de ‘next generation’, de jonge mensen die zich afvragen of hun toekomst in het familiebedrijf ligt. “Mijn belangrijkste boodschap is: verdiep je in het bedrijf, de familie en de systemen die erachter zitten. Vraag jezelf af: past dit bedrijf bij mij en pas ik bij dit bedrijf?” Deze vragen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van jonge ondernemers. Oosterhoff hoopt dat zijn boek hen helpt om deze vragen vol vertrouwen te beantwoorden. “Door systemen, ondernemerskrachten en patronen te leren doorzien, kunnen ze beter antwoord geven op deze scherpe vragen,” zegt hij.
4. Familiebedrijven staan vaak bekend om hun sterke emotionele betrokkenheid. Hoe bespreek je in Doorzien dat deze emotionele band zowel een kracht als een uitdaging kan zijn?
Emotionele betrokkenheid, of ‘verbondenheid’, beschouwt Oosterhoff als een krachtige ondernemerskracht. “Net als bij gedrevenheid kan ook verbondenheid doorschieten, waarbij je jezelf verliest in de wensen van anderen.” In zijn boek beschrijft hij hoe systeemkrachten de familiebedrijven beïnvloeden. “Het bedrijf wil blijven bestaan en kan aan je trekken. Het is essentieel om je bewust te zijn van deze krachten, daarom heb ik ook oefeningen en opdrachten in het boek opgenomen.”
5. Wat is de rol van opvolging binnen de context van agrarische familiebedrijven, zoals je die in je boek beschrijft?
Bedrijfsopvolging is een langdurig proces dat verschillende fasen kent: de oriëntatiefase, de samenwerkingsfase en uiteindelijk de overname. “Het is belangrijk dat de volgende generatie de vrijheid krijgt om zelf te beslissen of ze het bedrijf willen overnemen,” benadrukt hij. Jonge mensen worden aangeraden zich bewust te zijn van het systeem waarin gesprekken plaatsvinden. “Bij een gesprek met je ouders in het bedrijf, gebruik je dan de familietaal (pap en mam) of spreek je hen als zakelijke partners aan? Deze nuances kunnen veel uitmaken,” zegt hij.
6. Welke patronen binnen familiebedrijven heb je ontdekt tijdens het schrijven van Doorzien, en hoe beïnvloeden deze de bedrijfsvoering?
In het boek worden verschillende patronen besproken die vaak voorkomen in familiebedrijven, zoals ‘nooit genoeg’ en ‘lievelingskinderen’. “Een van de meest complexe patronen is de combinatie van ‘kloon’ en ‘lievelingskind’. Hoewel een kloon je snel begrijpt, kan het confronterend zijn om jezelf in je opvolger te zien,” legt hij uit. Bewustwording van deze patronen helpt om de dynamieken binnen het familiebedrijf beter te begrijpen en te beheren.
7. Je noemt in je boek dat ‘boeren de toekomst hebben’. Kun je uitleggen wat je hiermee bedoelt, gezien de huidige uitdagingen waar de landbouwsector voor staat?
De overtuiging dat er altijd boeren en tuinders nodig zullen zijn voor voedselproductie, ook in Nederland, is sterk aanwezig. “We denken vaak dat hoogwaardig voedsel vanzelfsprekend is, maar de oorlog in Oekraïne heeft ons laten zien hoe kwetsbaar dit kan zijn,” zegt hij. Daarnaast merkt hij dat er op de Aeres Hogeschool in Dronten veel jonge mensen zijn met een passie voor het vak. “Deze jonge boeren zijn cruciaal, vooral gezien de vergrijzing binnen de sector. Een groot deel van de huidige boeren populatie is ouder dan 55 jaar. Er ligt een toekomst voor hen, daar ben ik van overtuigd,” voegt hij eraan toe.
8. Waarom ligt je passie zo sterk bij agrarische familiebedrijven? Wat maakt deze sector voor jou zo uniek en boeiend?
Persoonlijke betrokkenheid speelt een grote rol in zijn passie voor agrarische familiebedrijven. “Ik kom zelf uit een agrarische familie, net als mijn vader en opa. Op agrarische familiebedrijven vinden leven, wonen en werken vaak plaats op hetzelfde erf. De belangrijke gesprekken worden aan de keukentafel gevoerd, met familieleden, adviseurs en leveranciers,” vertelt hij. Dit maakt de dynamiek in agrarische familiebedrijven heel anders dan in andere sectoren, en dat vindt hij fascinerend.
9. Wat hoop je dat de lezers van je boek leren over de interactie tussen familiedynamiek en zakelijk succes binnen agrarische bedrijven?
Het doel van het boek is om lezers te helpen het onderscheid te maken tussen de familie en het bedrijf. “Het zijn twee verschillende systemen die veel invloed op elkaar hebben, maar ook apart functioneren. Met Doorzien wil ik lezers de tools geven om beter te begrijpen hoe deze systemen werken, zodat ze bewust en rechtvaardig kunnen ondernemen,” zegt hij.
10. Je bent niet alleen auteur, maar ook onderzoeker. Hoe combineer je deze twee rollen, en hoe heeft je onderzoek je inzichten in familiebedrijven beïnvloed?
“Daarnaast ben ik ook nog docent beroepsethiek. Door mijn werk spreek ik veel jonge mensen over dilemma’s waarmee ze thuis in het familiebedrijf te maken hebben. Deze gesprekken waren een belangrijke inspiratiebron voor de praktijkverhalen in mijn boek.”