Mona Keijzer reageert op motie bedrijfopvolging en nota familiebedrijven

De Tweede Kamer

Demissionair staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat stuurde de Tweede Kamer onlangs haar gecombineerde reactie op de motie van Amhaouch en Palland inzake bedrijfsopvolging en op de initiatiefnota Familiebedrijven van Palland.

In november vorig jaar dienden de Kamerleden Mustafa Amhaouch en Hilde Palland (CDA) een motie in om de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor familiebedrijven te behouden. In deze motie verzochten beide CDA-Kamerleden de regering om in kaart te brengen welke factoren precies bijdragen aan een goede bedrijfsopvolging en met welke beleidsopties deze kunnen worden versterkt.

Kamerlid Palland diende in februari van dit jaar vervolgens de initiatiefnota familiebedrijven in, waarin zij een aantal voorstellen doet ten aanzien van gegevensverzameling, werk-privéverhouding, bedrijfopvolging, governance, privacy, innovatie en financiën en fiscaliteit.

Motie bedrijfsopvolging

In een brief aan de Tweede Kamer reageert Keijzer op de motie bedrijfsopvolging en de initiatiefnota familiebedrijven. Daarin stelt ze dat er inderdaad verschillende factoren bijdragen aan een goede bedrijfsopvolging, zoals het tijdig nadenken over bedrijfsopvolging, het vormgeven van het verkoopproces, het bepalen van de waarde van de onderneming, het vinden van een koper, het juiste beslissingsniveau bepalen van de contactpersoon/koper, boekenonderzoek en het opstellen van de (ver)koopovereenkomst.

Keijzer benadrukt de ouder-kind relatie, waarbij het tijdig beginnen met opleiden en ontwikkelen van nieuwe generaties, de vormgeving van de zakelijke kant en goede fiscale en financiële regelingen rondom bedrijfsopvolging van groot belang zijn.

Initiatiefnota familiebedrijven

In de Kamerbrief staat Keijzer ook kort stil bij de punten uit de initiatiefnota. Bij het punt over de gegevensverzameling stelt de staatssecretaris dat het CBS momenteel de methodiek om familiebedrijven te definiëren aan het verfijnen is en in het najaar van 2021 met nieuwe cijfers over familiebedrijven in Nederland komt.

Op het punt over governance wordt verwezen naar het belang van het familiestatuut. Ze toont zich verder enthousiast over de manier waarop familiebedrijven zich verenigen in netwerken of gildes. Ook wijst ze op een onderzoek van universiteiten en hogescholen. Dit onderzoek richt zich op het versterken van de continuïteit binnen familiebedrijven. Daarbij is er aandacht voor goed bestuur, de rol van de eigenaren, de ontwikkeling van sociaal kapitaal en bedrijfsoverdracht.

Bedrijfsoverdracht en privacy bij bedrijfsopvolging

Het voorstel van Palland om eigenaren van een bedrijven op hun 55ste een brief te sturen om na te denken over bedrijfsopvolging, krijgt geen bijval van de staatssecretaris. Wel wil ze bekijken of er andere mogelijkheden zijn om bedrijfsoverdracht tijdig onder de aandacht te brengen bij ondernemers.

Op het punt van privacy heeft het kabinet geregeld dat personen die het UBO-register raadplegen zich moeten identificeren. Desgevraagd kunnen belanghebbenden inzien hoe vaak welke gebruikerscategorieën hun gegevens hebben opgevraagd. Een tweede maatregel betreft de wijze van verstrekking van gegevens uit het UBO-register aan grootgebruikers. Deze gegevens worden daarnaast niet via downloadservices verstrekt. Downloadservices bieden marktpartijen namelijk de mogelijkheid om UBO-gegevens te combineren met andere data en daarop analyses te maken en te openbaren.

Innovatie en de bedrijfsopvolgingsregeling

Met betrekking tot innovatie laat Keijzer weten dat familiebedrijven volgens haar niet tegen andere problematiek aanlopen dan andere mkb-bedrijven. Een aparte regeling op dit gebied voor familiebedrijven ligt volgens haar dan ook niet voor de hand.

Op het punt van de bedrijfsopvolgingsregeling houdt Keijzer zich op de vlakte. Ze laat weten dat de reguliere evaluatie van de fiscale regelingen gericht op bedrijfopvolging en – beëindiging binnenkort van start zal gaan. In het vierde kwartaal van 2021 zal deze evaluatie met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gestuurd.

Tot slot wijst Keijzer erop dat er vanuit zowel nationaal als regionaal beleid veel initiatieven en activiteiten zijn waar familiebedrijven op kunnen aanhaken. De aandacht voor familiebedrijven en bedrijfsopvolging loopt mee in de reguliere beleidsterreinen zoals mkb, scholing, innovatie en fiscaliteit en is volgens de staatssecretaris goed geborgd.

Blijf op de hoogte met onze maandelijkse nieuwsbrief